Sportief Rondje Laak

Sportief Rondje Laak

Het is fris. Het heeft net geregend. Maar ik laat mij niet van de wijs brengen. Ik ga gewoon wandelen. Wandelen in Laak. Er is daar namelijk iets nieuws. Ze gaan aan sport doen.

Ik ben nieuwsgierig. 

Het Laakkwartier, of Laak, staat bekent als een achterstandswijk.

Het ligt verborgen achter het Hollands Spoor.

Tot een jaar geleden was ik daar nog nooit geweest. Niet interessant. Dacht ik. Nu ga ik er geregeld naar toe. Want het is er veel mooier dan ik had kunnen vermoeden (zie blog Laakkwartier) of (blog Laakhaven).  

Gedicht op een muur in Laak ‘
van Nelly Lausberg van Os

Dit gedicht bijvoorbeeld. Staat zomaar op een muur van een huis.

Ik lees op internet dat er metalen dekseltjes op de stoep liggen. Met een pijl erop. In kleur. Voor de wandelaar. En de hardlopers. Voor de verschillende route’s.

Er wordt op internet gesproken over ‘mooiste en leukste plekjes van Laak’.

Ik ben benieuwd.

De wandeling start bij het Stadsdeelkantoor Laak, lees ik.

Ik loop daar naar toe. 

Een vrouw zit achter de balie. Met lang blond haar. En een grote gespierde bewaker achter haar.

Ik vraag of ze informatie heeft over het Sportief Rondje Laak.

Ze kijkt mij wazig aan. Ze weet niet waar ik het over heb. Ze klikt op haar muis. En zoekt. 

Het is stil. De vrouw is geconcentreerd. En praat zachtjes tegen zichzelf. 

De bewaker komt in beweging. En komt op mijn af. Hij loop in een traag tempo. En heeft iets bij zich. 

Een folder. Hij heeft een folder over de wandelingen.

Ik bestudeer het kaartje. Op de folder. De straatnamen staan er niet op. Maar er is veel groen.

Leuk.

Ik bedank hem.

De vrouw is ook blij. Nu hoeft ze niet meer te zoeken.

En ik ga naar buiten.

Op zoek naar de metalen dekseltjes. Op de grond.

Metalen dekseltjes

Maar er zijn helemaal geen metalen dekseltjes. In de buurt. Nergens. Waar ik ook kijk.

Dan maar naar het water. Naar de sloot Laak. Want op de folder lijkt de wandeling daar langs te lopen.

Bij de Laak is ook geen pijl op de grond te ontdekken.

Wat nu?

Ik besluit richting de molen te lopen. De wandeling die ik zelf ook al eens heb gemaakt.

Paadje langs de Laak

En ja, bij het stoplicht zie ik eindelijk de eerste pijl.

Die wijst mij langs het water.

Mooi.

Ik vervolg mijn route.

Er liggen balen hooi in het gras. Ik krijg een landelijk gevoel.

Hooibaal

Na een tijdje zie ik nog een pijl. Deze wijst naar rechts. 

Naar rechts? Ik ben verbaasd. Gaat deze wandeling dan niet naar de molen (blog Glagemolen)?

Nou ja. Dan maar naar rechts.

Daar is een wat groenloze drukke straat. Vreemd. Laak heeft zulke mooie plekken. Waarom deze straat? Of heb ik een pijl heb gemist?

Ik kijk naar de grond. Loop. En concentreer me. Tien minuten lang..

Waar zijn de pijlen?

Moet ik niet naar links?

O jee.

Moet ik teruglopen? 

De omgeving wordt kaler.

Ik heb vast niet goed opgelet.

Voor mij rijst het bordje Rijswijk. 

Oei. Foute boel.

Dacht ik het niet.

Maar dan ineens maakt mijn hart een vreugde sprongetje.

Want ik zie een pijl! Uit het niets verschijnt hij ineens. Alsof het nooit anders is geweest.

En de pijl wil dat ik bij de stoplichten oversteek. Naar rechts.

Dat doe ik natuurlijk.

Aan de overkant lonkt een stukje groen. Maar de route gaat daar niet langs. Waarom niet?

Ik passeer een straat. Met in de verte een park. Maar ook daar mag ik niet in.

Dan kom ik bij een plein aan. Een groot plein. Met een regen aan mogelijkheden. Natuurlijk weer geen pijl te vinden. 

Dan maar de stoep blijven volgen. Dat pakte de vorige keer ook goed uit.

Maar dit keer niet. Ik verdwaal en weet vervolgens niet meer waar ik ben.

Gelukkig kan ik op mijn telefoon terugvinden waar ik ben.

Dan maar naar wat plekken gaan waar ik van weet dat die mooi zijn.

De kinderboerderij. Bijvoorbeeld.

Of dit fascinerende kunstwerk aan de Noordpolderkade: een theepot met omgevallen stoel. ’Echtelijke ruzie’ heet het kunstwerk. Gemaakt door kunstenaar Klingers.

Een levensgrote theepot met een omgevallen stoel:
‘Echtelijke ruzie’ van Klingers

En wat dacht je van deze bijzondere Street Art schildering.

Street Art op een flat aan de Molenslootweg

Dan lijkt het me tijd voor een koffiepauze. Ik loop naar de voor mij bekende koffietent ‘Paviljoen Kubus’. Die aan het water ligt. Bij de Trekvliet. 

Ik loop naar binnen.

Een man en een vrouw zijn druk bezig. Er zit daar niemand. Er staan wat dozen op tafels. Het is een rommeltje. 

“Zijn jullie open,” vraag ik? 

Stilte. 

“Zijn jullie open,” vraag ik nog een keer? 

Dan antwoord de vrouw: “Ligt er aan voor wat.”

Stilte.

“Kopje koffie. Ik zou graag een kopje koffie willen.”

Even kijkt ze mij aarzelend aan. Maar dan zegt ze: “Ja hoor. Dat kan. Kopje koffie doen?”

“Nou, ik wil eigenlijk een decafé. Hebben jullie dat ook?”

“Nee dat hebben we niet.”

“Oh, doe dan maar een thee.”

“Ja, dat kan.”

De dozen op de tafel stapelen zich op. De vrouw heeft een norse blik en de man loopt heen en weer van de dozen naar zijn auto.

Ik wordt omringt door een frituurlucht.

Dit is de enige uitspanning die ik in het Laakkwartier ken. Er zijn wel koffiehuizen. Maar dat zijn hoofdzakelijk mannencafé’s. 

Ineens hoor ik een sirene. De norse vrouw ook. Ze snelt naar buiten. 

Als ze weer terugkomt zegt ze: “Er gebeuren hier gekke dingen. Hele gekke dingen.” En ze zucht.

Dan snelt ze ineens weer naar buiten. Ik vraag haar waarom.

“Ik zie daar hele donkere wolken. Ik denk dat er brand is.”

Ik kijk naar de donkere lucht. Ik kan er niet meer van maken dan een regenbuitje.

Maar ja. Misschien weet zij het beter.

Slecht weer op komst bij de Trekvliet

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.