De Sacrementskerk onttroond

Mannen in het bakkie zagen balken door
om zo de spits eraf te kunnen tille

Tien januari, half negen

Maandenlang rondgelopen en gewacht op het grote moment. Nu, eindelijk, vanmorgen vroeg, was het zover. Ik stond daar, bibberend van de kou, niet gegeten, nog snel een mok thee in mijn fietstas, te kijken met twee anderen, naar een groots moment: de kerk werd onttroond. De spits schoof langzaam van zijn romp.

Gedacht gewacht geblogd en gehoopt

Gespijbeld gemist niet geslapen gesloopt

Te laat erg koud slecht apparatuur niet in de buurt

Nu op het juiste moment die kant opgestuurd

Met mij zijn nog twee anderen kijkers. Meestal staan ze hier met meer. Nu niet. Want het is nog te vroeg.

Mensen maken foto’s

Daar ligt ie.

De kerkspits op de afvalhoop

Eén dag eerder, negen januari, half tien

Een donkere vrouw komt langs en haakt met haar vingers in het hek. Ze praat met een bouwvakker en kijkt naar de kerk. Als ik er aan kom gaat ze tegen mij verder. Gepassioneerd. Zonder pauzes. 

Ze praat over het huis van god en hoeveel pijn haar dit doet. Als het daarbij was gebleven had had ik haar zeker begrepen. Maar daarna probeert ze met alles wat ze in zich heeft, mijn religieusloze zieltje om te toveren tot een gelovig hartje. Vastgeketend aan haar relaas kijk ik smachtend om mij heen naar iemand die mij redden kan.

Een man met groene helm loopt op de bestuurder van de hijskraan af.

De motor ronkt, de bestuurder is in slaap gevallen. Hij wacht al vijf en veertig minuten op een teken.

Het bakkie naast hem staat klaar om gehesen te worden. Hij wordt nu wakker. En kijkt naar de man met de groene helm. Dan pakt hij zijn telefoon. En stapt uit. Rommelt wat aan de deur en krabt aan zijn kont.

Hij kijkt omhoog. Naar de torenspits. En weer omlaag. En begint te ijsberen. Want het is koud.

De man met de groene helm heeft een tuigje aan. Hij gaat straks het bakkie in en zal door de slaperige bestuurder omhoog worden gehesen.

Een Turkse voorbijganger op een invalide karretje roept wat naar deze mannen. Hij kent ze. En wil met ze praten. Maar ze kijken niet om. Ze zijn in gesprek. 

Mijn vingers vriezen er bijna vanaf. Ik wil naar huis.

Het grote moment gaat waarschijnlijk vandaag toch niet meer komen. Niemand weet hoe het precies zit. En niemand zal het ooit weten.

Negen januari, half twee

Mensen staan bij elkaar. Het kruis wordt omwikkelt met banden en is er af. Hij is eindelijk van zijn geloof gevallen. Ik was er niet bij. Helaas. Maar ik ontmoet een vrouw die foto’s maakt. En ik mag haar foto’s hebben. Als ik haar naam erbij schrijf.

Kruis wordt eraf getild, foto Annelies Holscher-Schouten

De kerk is ontheiligd.

Kerk zonder kruis op het dak

Vanmiddag, morgen, of overmorgen wordt de torenspits eraf getilt. Sensationeel.

De motor van de hijskraan ronkt nog steeds. 

De mannen staan bij het bakkie en wachten op een teken om in te stappen. De chauffeur van de hijskraan belt weer. Zou hij met zijn baas overleggen of ze de spits er wel of niet mogen afhalen vandaag?

Wanneer heeft zijn laatste uur nou toch geslagen?

Het is een gebed zonder eind

De kogel gaat niet door de kerk

Tien januari, half twaalf

Een dertiger op een brommertje komt aanrijden en stopt. Hij kijkt omhoog. En praat hij tegen mij. Alle mensen die hier staan delen iets. Zoals je dat op Koningsdag ook wel ervaart. Of op oudejaarsavond. Dat betekent dat je makkelijker met elkaar praat.

“Zonde hè, “ zegt hij tegen mij. “Ik ben hier nog gedoopt.”

Ondertussen zie ik nog een man op een brommertje stoppen. Hij doet zijn helm af. Kijkt intens naar de kerk. Sluit zijn ogen. En bidt.

Man bidt terwijl de kerk wordt onttroond

“We hebben hier afscheid genomen van mijn opa,” gaat de dertiger verder. “Mijn opa en oma woonden hier namelijk vlakbij.:

Zijn donkere korte haar is gelijkmatig omhoog gestreken met gel. Zijn brommertje pruttelt. 

Een oudere man met een lange grijze jas passeert. Kijkt omhoog. En glimlacht. Twee mensen van het ambulance personeel staan ook omhoog te kijken.

“Ze zullen de leistenen wel bewaren,” zegt de dertiger. “Ik ben dakbedekker, ik weet ervan. Leistenen zijn duur. Je kan ze via een gaatje eruit wippen. “

Dat is duidelijke taal voor bij een kerks gebeuren. 

Maar hij heeft geen gelijk. De leisten worden er zonder pardon uitgeslagen. De stukken vliegen in het rond.

Het laatste deel van het dak wordt er nu ook afgetild. De banden staan strak. En daar gaat ie.

Daar gaat het laatste deel van het dak

En daar ligt ook hij op afvalhoop.

Laatste deel van het dak op afvalhoop

De kerk is geen kerk meer.  Maar een toren. 

De kerk is een toren geworden

De toren gaan ze later met grijpers kapot drukken. Knabbelen zoals dat in mozaïektaal heet.

Iedereen wisselt filmpjes uit. De man van het lokale krantje is te laat. Hij heeft het niet gezien. En velen met hem.

Een vrouw met grijs haar vertelt mij dat haar zoon hier bij de zusters op school heeft gezeten. En haar dochter op het schooltje erachter.

“De klokken die daar hingen hebben namen,” zegt een andere buurtbewoonster. Twee namen heb ik nog onthouden: Maria klok en Maria Magdalena klok. De andere twee waren mannennamen.

Verrassend.

Het dak wordt nu door grijpers in kleine stukjes gehakt.

Grote grijpers verpulveren het dak van de kerk


Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.