Koffieverhalen in Kijkduin

En daar zit ik dan. 

Op de bank. 

Mijn hamstring heeft er geen zin meer.

Geen wandelingen meer.

Veel stretchen.

En hopen dat er een wonder gebeurt.

Er zit niks anders op dan met de tram door Den Haag te crossen.

En wat vertrouwde plekjes op te zoeken. 

Dus dan maar op weg naar de Turkse lunchroom Marmaris.

Ik ben vroeg.

Misschien te vroeg.

Maar Marmaris is gelukkig open.

Want er zitten al mensen binnen.

Een paar.

Ouderen.

De serveerster is nog aan het schoonmaken.

Ik zoek een plekje. Aan een tafel in het midden van de zaak. Dat lijkt mij wel wat.

En ga zitten.

Ik pak mijn laptop uit mijn tas.

Tijd om weer te bloggen.

In de hoek van het restaurant zitten twee oudere vrouwtjes. Te babbelen. Ik kan hun hele gesprek volgen.

Het gaat over de wind. En het zand. 

De oudere van de twee is slechthorend.

“Je wordt hier gezandstraald,” zegt de jongere van de twee.

“Stralen?”, vraagt de oudste vrouw.

“Ge-zand-straald,” zegt de jongere.

“Dan komt al het zand in je gezicht.”

“Oh ja,” zegt de oudere.

“Goedemorgen!”, zegt de serveerster vrolijk tegen hen vanuit de bar.

De jongere steekt haar hand omhoog en kijkt strak naar de serveerster.

“Eén cappuchino?” vraagt de serveerster.

Ze knikt.

De koffie wordt later op hun tafeltje neergezet.

Het is maar één kopje.

Voor de oudere.

De jongere pakt haar zoetjes en laat twee tabletjes op het schoteltje van de oudere glijden.

De oudere plukt met twee vingers de zoetjes van haar schoteltje af en stopt ze in haar mond.

De jongere zegt er niks van.

“Margot heeft een pleegkind,” zegt de jongere tegen de oudere.

“O ja?” zegt de oudere.

“Het kind heeft problemen om zich te hechten,” gaat de jongere verder. 

“Ze zit nu in een therapie. Met van die oogbewegingen.”

“O,” zegt de oudere.

“Ze weten nog niet hoe vaak ze haar gaan behandelen. Het kan een of veertig keer zijn.”

“Vier keer?”

“Nee veertig keer.

Het is ingewikkeld met haar. Te ingewikkeld. Ze hebben besloten het kind weg te doen.”

“O,” antwoord de oudere.

“Ik ben blij dat jij niet te hard spreekt,” zegt de jongere.

“Heb jij geen koffie meer?,” vraagt de oudere.

“Nee, één koffie is genoeg, zegt de jongere. Straks ga ik nog naar Kijkduin.”

“Lekker bakkie,” zegt de oudere.

Het is even stil. En dan gaat de jongere weer verder.

“Expats gaan naar internationale scholen. 

Ik vind niet dat je daar aan mee moet doen. Schandalig! Een buitenlandse school in Nederland. Je moet Nederlands spreken.

Ik heb er ook een paar in mijn straat. Die expats. Ik vind het niks. Ze praten alleen maar Engels.  

Natuurlijk is het moeilijk om een andere taal te leren maar je kan niet eisen dat ik Engels spreek.”

“Engels?”

De oude vrouw neemt haar laatste slokje en zet haar kopje weer neer.

“We gaan nou weer weg zeker?,” vraagt ze aan de jongere.

“Ja,” zegt ze. 

Ze pakt haar portemonnaie. Er rollen allemaal muntjes uit. Die legt ze geordend op de tafel.

Daarna staat ze op en loopt om het tafeltje heen naar de oudere.

De oudere doet eerst een boerenzakkdoek om haar haar. Daarna probeert ze op te staan. Haar stok staat al klaar.

De jongere helpt haar.

Wat een kracht heeft deze jongere. Ze zal ver in de tachtig zijn.

En de oudere schat ik boven de negentig.

De oudere strompelt aan de arm van de jongere naar buiten. Ze loopt krom.

Dan zijn ze weg.

Maar er zijn meer mensen in Marmaris.

Bijvoorbeeld de krant lezende man.  In de rechterhoek. Die nu in gesprek is met een stel aan een tafeltje wat verder op.

Mensen praten hier met elkaar. 

Dat is de charme van dit restaurant. Het heeft de functie van een buurtcafé. Waar mensen elkaar ontmoeten.

De kleindochter schuift aan bij het stel. De krantlezende man taait af.

Twee anderen komen beginnen.

“Goedemorgen,”  zegt iedereen in koor tegen ze.

“Twee cappuccino?” vraagt de ober aan hen die inmiddels ook met werken is begonnen.

“Twee cappuccino,” zegt de vrouw bevestigend en ze knikt ook nog even met haar hoofd.

Ze gaan aan een tafel zitten.

En pakken allebei hun krant van de dag. En leesbril.

Even een verzetje. 

Na vijf minuten stilte bespreken ze de items uit de krant. 

Hij leest een buurtkrant, zij de telegraaf.

Verder zijn er nog veel lege tafels hier binnen. Want het is vroeg. 

Een negentiger komt binnen. En legt zijn jas op de stoel aan mijn tafel. Precies tegenover mij. Op nog geen tachtig centimeter afstand. 

Ik schrik. Alle ingebouwde virus voorzichtigheden slaan alarm. Dit kan toch niet?

Ik vraag aan de man of hij daar werkelijk gaat zitten.

“Ja,” zegt hij.

“Dan ga ik aan een andere tafel zitten,” zeg ik.

Hij kijkt mij beteutert aan met een blik van ‘dat hoeft toch niet’.

Maar ik heb geen zin in een Corona uitleg. 

Misschien een beetje onaardig van mij want hij bedoelt het goed.

Zijn koffie arriveert.

Hij legt een paar briefjes op tafel. Met wat handgeschreven tekst. En kijkt er intensief naar. Er hangt een druppel aan zijn neus. Ondertussen neemt hij een slokje van zijn koffie.

Er ligt ook een potloodje op een van de briefjes.

Dan pakt hij een zakdoek. En veegt zijn neus af.

De bediening zet de muziek aan. Het is tijd voor wat leven. Zachte Turkse muziek. Een luit met een zanger.

Ik hoor een telefoon gaan. 

Of hoort dat bij de muziek?

Nee, het is die van een bezoeker. Hij neemt op en heeft een gesprek. Op de achtergrond hoor ik de kabbelende stemmen van anderen. Niemand praat hier hard. Een fijne omgeving om te bloggen.

De negentiger staat ineens op en komt naar mij toe. 

“Het was niet mijn bedoeling je weg te jagen hoor,” zegt hij met hese stem.

Ik leg hem uit dat het door Corona komt dat ik wat afstand wil bewaren.

“Mijn excuses hoor,” zegt hij tegen mij. En hij geeft mij een schouderklopje. 

“Ik ben zo gewend om daar te gaan zitten. Dat is mijn tafel.”

Hij glimlacht verlegen. En strompelt weg met zijn kromme ruggetje richting wc.

Wat ben ik toch een stomkop.

4 reacties op “Koffieverhalen in Kijkduin”

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.