Simonis

De beste haring van Nederland vindt je
bij Simonis

Als je vis wilt eten ga je naar Simonis. Simonis is dé visplek van Den Haag. Eigenlijk zou ik het woord restaurant in mijn mond moeten nemen. Maar ik geloof dat vreetschuur een betere benaming voor deze locatie is.

Je bestelt een gerecht, krijgt een nummer en wacht tot je wordt afgeroepen.  Dan ga je zitten. Aan één van de vele tafeltjes. En werkt zo je visjes naar binnen.

Een snel bezoekje voor een snel visje.

Maar je kan er ook echte maaltijden eten. Alleen heeft dat mij nooit zo aangetrokken. In een snackbar uit eten gaan.

Het is begin avond. Ik zit met vrienden thuis. Buiten is het donker. En het is etenstijd. Mijn vrienden vragen mij of ik zin heb een visje te gaan eten in Simonis.

Ik kijk ze wat vreemd aan: “Simonis?”

“Dat is echt heerlijk,” zeggen zij.

Ik twijfel. Avondeten in een vreetschuur lijkt mij niet de meest gezellige bezigheid.

Maar goed, zij klinken zo overtuigd  dat ik mij laat ompraten.

We rijden naar de haven. 

Visafslag is naar links

Overal in Den Haag is het betaald parkeren. Maar op de visafslag, de straat waar Simonis zit, is het gratis. Althans, voor de klanten van Simonis.

De straat is rommelig. De naam van de straat doet zichzelf eer aan. Vis wordt af en aan gesleept. Er zijn hallen waar ’s morgens vroeg vis wordt geveild. Overal zie je bedrijfjes in actie. Het ruikt er naar vis. Het is er vis.

De zee ligt daar achter. Maar die kan je van hieruit niet zien. 

We lopen naar binnen.

Simonis

Er is tot mijn verbazing een sfeervol overdekt terras met veel mensen. Door de vlammen van de verwarmingselementen waan je je in een stube in Oosterijk.

Binnen is het nog groter. Met tafeltjes zo efficiënt mogelijk neergezet.  

We staan in een lange rij te wachten om wat te bestellen. Want zo gaat het hier. Je bestelt aan de kassa. 

De vriend van mij geeft mij een menukaart. 

“Kijk hier alvast even op,” zegt hij.

Ik kijk naar alle gerechten op de kaart. Ik heb echt geen idee wat te nemen. 

Verschillende gerechten

“De kibbeling is goed,” zegt hij. 

Bij het woord kibbeling denk ik aan een afhaal snackje.

“Maar er zijn ook gamba’s of mosselen,” zegt hij snel. 

Dat klinkt goed. Want ik ben dol op gamba’s. “En ze zijn ook nog gemaakt in een Spaanse knoflooksaus,” zegt hij.

Nadat we besteld hebben gaan we zitten. Binnen. Er is een tafeltje vrij. Het is stampvol, maar het verloop is groot.

Er is ook een bar waar je drankjes kan bestellen. En een tafel vol met allerlei mayonaise en bechamelsausjes. De sausbakken lijken net op langspeelplaten. Ik vraag mij af of ze dat bewust hebben gedaan.

Sauzen in de bakken

Ik kijk om mij heen. Eigenlijk is het best gezellig. Met de sfeerverlichting en de sloep die aan het plafond hangt.

We zitten nog maar tien minuutjes of het eten komt er al aan.

Met een zwier worden onze gerechten neergezet. Gamba’s. Dat is wat ik heb besteld. De frieten met huzarensalade krijg ik er automatisch bij. Sausjes mag ik onbeperkt pakken van de sauzen bar.

Bekertjes voor de sausjes

Ik kijk naar mijn gamba’s. Wat zien die er goed uit. Ze lijken gegrild en er komt een heerlijke knoflook geur vanaf. Ze liggen in pittig gemarineerde olie te wachten op mijn eerste hap. 

Mijn Gamba’s

De friet en de salade lijken niet zo veelbelovend, maar ik heb in ieder geval een volwaardige maaltijd voor mijn neus.

Ik pak een gamba. Ik heb de grotere gamba’s besteld. Wat een enorme dingen.

Ik draai de kop eraf. Zo hoort dat bij gamba’s. Eerst de kop eraf draaien en dan de staart.

Daarna het middelste deel eruit pellen. Dat is het eetbare gedeelte. Het sap druipt van mijn vingers. Ik kijk verlekkerd naar het roze stukje vlees. Als ik mijn eerste hap heb genomen weet ik dat dit de lekkerste gamba is die ik ooit heb gegeten. 

Ze zijn knapperig, smaakvol, rokerig, pikant en druipen van de saus. De huis-tuin-en-keuken frieten laat ik maar even liggen.

De huzarensalade idem.

Ik kijk gelukzalig naar mijn vrienden. Dit was een goede zet.

Het is ontzettend druk. In mijn linker ooghoek zie ik een high-tea-achtige etagère vol opgemaakte schaal- en schelpdieren voorbij komen.

Wat ziet dat er mooi uit! En lekker!

En ze lijken allemaal kakelvers.

Twee mannen in pak zitten te genieten van dit chique uitziende vis plateau met glaasje witte wijn. Ze praten, lachen, eten en nippen aan hun wijn alsof ze in een sterrenrestaurant zitten. En nog uren willen blijven zitten.

Vitrine vol met verse schaaldieren

De vriend van mij heeft kibbeling besteld. Wat mij de meest saaie optie lijkt tussen de vele mogelijkheden. Hij krijgt een enorm bord vol met vis, zeker genoeg voor twee personen.

Drie borden vol met vis, friet en huzarensalade

“Proef eens,”zegt hij.

“Ik weet hoe kibbeling smaakt,” zeg ik.

“Probeer het toch eens?”

Ik neem met wat tegenzin een hapje. Ik heb geen zin in deze typische snackbar maaltijd.

Maar, wat blijkt?

Een knapperig krokante stukje vis zonder teveel vet glijdt soepel door mijn keel.                                                             

Ik kijk hem aan.

“Goh, “ zeg ik. “Dit had ik niet verwacht. “Wat heerlijk.”

Enorme portie kibbeling

Na het eten hoeven we niet op de rekening te wachten want we hebben al betaald. Je besteld, betaald en gaat zitten. Dat is hoe het werkt. Een snelle efficiënte methode.

Maar we willen niet weg. We willen nog wat thee en koffie. 

Vreemd. Alsof je na je patat met kroket nog lekker wil natafelen.

Maar toch blijkt het mogelijk. Even naar de kassa, bestellen en klaar is Kees. We hoeven niet in de rij te wachten. Want we hebben al eerder besteld. Een extra aanmoediging.

Klanten hoeven niet meer in de rij te staan

Als we uiteindelijk vertrekken weet ik zeker dat ik hier nog een keer wil komen.

En dat blijkt al sneller te gebeuren dan gedacht.

Want drie dagen later loop ik alweer naar Simonis.

Op een doordeweekse ochtend.

Eerst naar de winkel bij hun restaurant. Want die heb ik nog niet gezien.

Daar kan je vis, delicatessen en brood kopen.

Er is mij verteld dat hun Ciabatta erg lekker is. 

Ik loop naar binnen en zie bij de kassa een grote mand met inderdaad verse knapperige ciabatta’s staan. Heerlijk.

De waren in de winkel worden nog gerangschikt. Het is vroeg. Ze zijn aan het opstarten. In het restaurant zijn ze ook nog met hun voorbereidingen bezig.

Ik wijs een vers brood uit de mand aan. “Die wil ik wel,” zeg ik tegen de kassière.

Een norsige vrouw kijkt me aan. Ze pakt het brood en mompelt een prijs. Maar ze praat binnensmonds. Ik versta haar niet. 

Ik vraag haar nog een keer het bedrag te noemen. Ondertussen vertel ik haar dat het koud is buiten. (Alsof ze dat zelf niet weet).

Ze kijkt me verstoord aan. Over dat soort dingen praat je schijnbaar niet.

Ze herhaalt het bedrag met besliste stem.

 “Ah, “ zeg ik. “Dat valt mee. Dan kan ik contant betalen.”

Ik grabbel wat muntjes uit mijn portemonnaie en geef die haar.

“Oh, je hebt inderdaad hele koude handen,” zegt ze ineens.

Ik kijk haar aan.

Het lijkt of ze lichtjes glimlacht.

“Ja hè, “ zeg ik dan maar.

Ik loop het restaurant binnen. Vanuit de winkel. Wat een verschil met de avond dat ik er was. Het is er nu doodstil. Er is bijna niemand. 

Wel wordt er hard gewerkt aan broodjes met haring, makreel en zalm die kant en klaar in de vitrine worden gelegd.

‘Haring vers van het mes’, vraag ik mij af? 

Dat vind ik toch wat minder. ik stel mij een weeïg broodje voor waar sappen van de haring in zijn getrokken.

Toch wil ik hun broodje haring proberen. Want ze hebben er zoveel prijzen mee gewonnen. Ik wil nu ook wel eens weten hoe die smaakt. 

De jonge vrouw achter de toonbank is druk bezig. Ineens heeft ze mij in het vizier. “Wilt u iets bestellen,” vraagt ze enigszins gehaast?

Ik ben te vroeg. Het restaurant is nog aan het opstarten. Ze neemt mijn bestelling op. Het is duidelijk niet de juiste tijd om wat te  bestellen. Maar ja. Ik ben er nu eenmaal. Gelukkig ligt het broodje al klaar in de vitrine.

Ze verstijft als blijkt dat ik ook nog thee wil.  Ze roept iemand. Maar niemand geeft antwoord. Zuchtend loopt ze dan zelf maar naar de bar. En ze heeft het al zo druk.

Ik ga zitten. Met mijn broodje haring. Plek zat. 

Een man met een lange witte jas rolt een grote groene vuilnisbak door het restaurant. Hij scheert langs mijn tafel. Mijn kopje trilt.

Aan de kassa staat een man intensieve gesprekken te voeren. Hij heeft een luide stem. Zijn stem schalt door de bijna lege zaak. 

De man met witte jas komt weer terug. Met de vuilnisbak. De wielen rollen hard over de grond.

Het zachte jazzy muziekje op de achtergrond wordt even verstoord.

Ik begin aan mijn broodje. 

Ik kijk om mij heen. En zeg niks.

Langzaam laat ik de haring door mijn mond gaan. En de smaak tot mij doordringen.

Zacht, romig, vers.

Binnen enkele seconden heb ik de vis naar binnen gewerkt. 

Ik zou er nog wel een lusten.

Eigenlijk jammer dat alles zo gericht is op de snelle ‘take-away’ mentaliteit. Zitten, eten, weg.

Daardoor lijkt het onwaarschijnlijk dat de vis hier goed is. Maar het moet gezegd worden, In Simonis aan de haven is alles van echt goede kwaliteit.

Ik wil nog een koffie. Want zo’n haring gaat wel heel snel naar binnen.

Zou dat erachter zitten? Snel eten, veel bestellen?

Ik loop naar de kassa. Maar er staat niemand. 

De medewerkster die mij eerder heeft geholpen wordt geroepen. Ze heeft er geen zin in.

“Wat wilt u,” vraagt ze nors?

Ik kijk naar haar opgezwollen lippen. Aangezet met rode lippenstift. 

Ik raap al mijn moed bij elkaar voor deze risicovolle lastige vraag:

“Hebben jullie ook cappuccino décafé?

Even is het stil.

Oei, denk ik. Dit is niet slim. Décafé. Dat gaat haar teveel tijd kosten.

Maar tot mijn verrassing vraagt ze iemand of dat mogelijk is.

Een vriendelijke man komt naar mij toe.

“Wat wilt u mevrouw? Cappuccino décafé?”

“Ja graag,” zeg ik. “Als het mogelijk is?”

“Cappuccino décafé hebben we helaas niet, maar koffie décafé is wel mogelijk.

“Fijn,” zeg ik.

Ik loop naar de bar. Hij scheurt een zakje open. Waar het poeder in zit. En gooit dat in de machine. 

Ondertussen staat hij te giechelen met een meisje die daar ook werkt.

“Alstublieft mevrouw,” zegt hij als de koffie klaar is.  “Hier is uw koffie. Wilt u er ook melk bij?”

Ik vraag mij af of hij weet wat cappuccino is maar ga daar maar niet verder op in.

“Ja graag,” zeg ik.

Helaas smaakt de koffie naar slootwater. Meer kan ik er niet van maken. Maar de vriendelijke man heeft in ieder geval zijn best gedaan.

Vissalade


Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.