Drijvend koffiehuis De Laak

Drijvend koffiehuis De Laak

In Den Haag heb je veel koffiehuizen. Niet de koffiehuizen of café’s die we kennen. Nee, het gaat hier om de koffiekeet, de kiosk. Verplaatsbare koffiehuizen.

Het doet nog het meest denken aan containers waar tegenwoordig huisjes van worden gemaakt. Met als verschil dat die meestal langwerpig zijn. 

Op mijn wandelingen zoek ik dikwijls naar een plek om even te zitten. Café’s zijn niet altijd voorhanden. Maar deze koffiehuizen zijn overal in de stad. Op elke hoek van de straat kom je er wel één tegen. Ze zijn niet groot. Ook niet heel modern. Er zitten vaak bouwvakkers of enkele alcoholisten aan hun eerste koffietje. Sommigen zijn omgebouwd tot snackbar. Of tot Thais restaurantje. 

Maar je hebt ook een drijvend koffiehuis. Koffieboot ‘De Laak’ in Laakhaven. Onlangs moest deze boot verplaatst worden door werkzaamheden in de bouw. Dat is natuurlijk het nadeel van verplaatsbare huisjes of boten. Je kan ze oppakken en wegzetten.

Tijd om dit drijvend koffiehuis eens op te zoeken.

De boot kent een verleden:

‘De geschiedenis van Koffiehuis De Laak gaat terug tot de jaren zestig. De vader van eigenaar Jos zat er nog in. Het was een café voor heel vroege vogels: ,,Wie in de bouw zat en werk zocht, ging hier zitten. ’s Ochtends vanaf vijf uur. Want dan al kwamen er aannemers langs die klussers zochten. Hier troffen ze elkaar. Het was een typisch Haags fenomeen in die tijd.’’

Een fenomeen dat eindigde met de economische crisis van de jaren tachtig. Wat niet betekende dat Jos- die het koffiehuis inmiddels van zijn vader had overgenomen – ’s ochtends dan maar een paar uur langer op zijn bed bleef liggen: ,,Ik ga nog steeds om vijf uur open. Want dan al staat de eerste vaste klant hier op me te wachten; iemand die dan net uit de nachtdienst komt’.

Ik loop de Verheeskade op. Een kade omringd door nieuwbouw en hoogbouw.

In de verte zie ik de boot al liggen. Een houten boot. Als ik dichterbij kom zie ik dit bordje staan:

Bezoekers Happy Smile

Bezoekers Happy Smile.

Dat is vreemd. De koffieboot heet toch De Laak? 

Als ik langs de ingang loop is mij meteen duidelijk wat er aan de hand is. Er is een groen plantje naast de deur geschilderd. Een man achter glas zwaait vrolijk naar mij. “Nee, ik ga niet naar binnen,” zeg ik onhoorbaar tegen mijzelf. “Dit is een coffeeshop. Verkeerde boot.”

Ik loop door. En inderdaad, verderop ligt nog een boot. Dat zal De Laak wel zijn.

Koffiehuis De Laak

Ik kijk naar binnen of er leven is. Ik zie door het raampje een man achter een bar staan. De man kijkt mij wantrouwend aan. Waarschijnlijk omdat ik net een paar kiekjes van de boot heb genomen. Ik ga toch naar binnen. Glimmende bruine houten tafels staan in rijen opgesteld. Er is een wat oudere bezoeker. Die zit aan het bier. Maar verder is het stil. Ik ga zitten en bestel een thee. Het duurt even maar dan krijg ik ook een groot glas kokende thee. De eigenaar en de man praten wat. Ik kijk naar de menukaart. De bal gehakt lijkt een prijs te hebben gewonnen. En hun zelfgemaakte broodjes schijnen het goed te doen.

Glas thee

Omdat ik niet veel tijd heb drink ik snel mijn thee op en ga naar buiten. Misschien was het niet het juiste tijdstip. Om daar te zijn. Een echt gezellig gevoel houd ik er niet aan over.

Ik loop door de buurt. Het opvallende van deze buurt is dat je tussen al dat nieuwbouw hele verrassende taferelen hebt.

Kijk eens naar deze flat op de Laakdwarsweg. Dit is een flat met beneden een doorgang en boven een grote spiegel.

Hagemeyer flat op de Laakdwarsweg

Gefopt. Als je dichterbij komt blijkt alles geschilderd.

Deze doorgang is niet echt
Dit tafereel zie je als je inzoemt op het
stukje net boven de groene auto

En wat te denken van dit kasteeltje op de Slachthuisstraat tussen alle flats in (links staat er nog één). Deze hebben een geschiedenis.

Een van de twee kasteeltjes (poortgebouwen) aan
de Slachthuisstraat

‘Wie in de Slachthuisstraat op zoek gaat naar het slachthuis, komt bedrogen uit. Alleen de poortgebouwen aan het Slachthuisplein laten nog iets zien van de geschiedenis van het terrein.

Vroeger slachtten slagers dieren thuis, omdat de winkel vaak aan het huis vast zat. Dat was niet ideaal, omdat er nog geen koelingen of koelkasten waren. Rond 1900 groeide Den Haag in rap tempo, er werd flink gebouwd. De industriële revolutie kwam op gang en het water werd de belangrijkste vervoersroute. Grotere bedrijven kwamen aan het water van de Laakhaven te staan. Zo ook Het Openbaar Gemeentelijk Slachthuis. Een complex van zeven hectare, met meer dan vijftig ruimtes om te slachten.

Het complex werd niet alleen door slagers gebruikt. Doordat het ook als koelhuis diende, maakten de tuinders in het Westland gebruik van de ruimtes om bloemen en fruit te bewaren. Later kwam er ook een ijsfabriek bij. De stukken ijs waren bedoeld voor de Haagse slagerijen. Uiteindelijk betekende de komst van de koelkast in de jaren vijftig het einde van het koelhuis. Steeds meer slagers kregen hun eigen koelkast en ook een gekoelde slachterij aan huis. De slachterij sloot jaren later. 

In 1988 werd het volledige complex vervangen door een geheel nieuwe wijk. Een stadsdeelkantoor werd gebouwd op het Slachthuisplein en aan de Slachthuisstraat kwamen negenhondervijftig nieuwbouwhuizen. In de gerenoveerde poortgebouwen (de twee kasteeltjes), die nog doen denken aan de tijd van toen, wonen nu studenten van de Haagse Hogeschool’.

Ik loop verder. En zie een fietsenwinkel met een creatieve muurschildering. Daar sluit ik de wandeling mee af.

Muurschildering fietsenmaker

 

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.