Groen Den Haag met Mark

Soza in Bezuidenhout

Het is donderdag. De dag dat ik een meubelmaakster help verhuizen. Naar haar nieuwe werkplaats. Op een plek waar ik nog nooit van heb gehoord. SoZa. Na wat gegoogle kom ik erachter dat dit ooit het ministerie voor Sociale zaken was.

Het ligt tegenover het station Laan van NOI, in Bezuidenhout. Een buurt die ik nog niet goed ken.

Het is een enorm gebouw tegen de Horeca Academie aangeklemd. Over een jaar gaan ze dit gebouw platgooien. Maar tot die tijd mogen ZZP-ers ruimtes huren.

De meubelmaakster lijkt de enige die hier huurt. Maar er zullen weldra meer anti-krakers aansluiten. Heb ik begrepen.

Aan de andere kant van het gebouw is het wel levendig. Daar wonen studenten. En statushouders. Met elkaar. Gemixt wonen zou je het kunnen noemen.

En er zijn wat bedrijfjes.

’s Avonds krijg ik een e-mail van iemand die een blog van mij heeft gelezen. Hij vraagt of ik over zijn bedrijfje wil bloggen.

Het gaat over gekapte bomen uit Den Haag. Waar houten planken van worden gemaakt.

Als ik later zijn naam google zie ik dat er verschillende bedrijfjes bij zijn naam staan.

Ik vraag naar zijn adres.

En wat blijkt? Hij zit ook in Soza!

Ik spreek met hem af. 

Als ik daar aankom kijk ik om mij heen. Waar moet ik eigenlijk zijn? Het is zo een groot gebouw. Zie ik iemand op mij staan wachten?

Stukje van een mozaïek werkje

Ik zie wat mozaïekwerkjes aan de muur hangen. Ik probeer er een foto van de maken. Maar op het moment dat ik dat wil doen loopt er een man door mijn beeld. Hij kijkt naar wat ik doe en poseert voor mij.

“Wil je ook op de foto,” vraag ik?

De man doe zijn jasje aan één kant open en laat aan de binnenkant van zijn jas zien. Een mes schiet uit zijn huls. Ik schrik. Maar de man lacht. Het was een geintje en hij loopt door.

Bij de ingang staat een andere man te wachten, in een overall. 

“Bent u Mark,” vraag ik? 

“Is Mark een schilder,” vraagt hij?

“Nee,” zeg ik.

“Lijk ik op hem,” vraagt hij?

“Ik weet het niet,” antwoord ik hem. “Ik ken hem niet.”

Dan krijg ik een app-je. Ik moet naar de noordkant van het gebouw komen. Daar is Mark. 

Ik loop er naar toe. Naar de afgesproken plek. Op de parkeerplaats. Er is iemand die naar binnengaat. Ik vraag hem of hij Mark is. Maar ook hij is geen Mark.

Dan komt er een keurig geklede jonge man met een zwarte map onder zijn arm aangelopen. Hij loopt naar de ingang. Een echte zakenman. Ik draai mij om en loop naar het raam. Waar wat affiches hangen over smaak en groen. Is dat niet het project waar Mark mee bezig is? Ik maak een foto.

Dan hoor ik stem. “Ben jij Barbara?”

Ik draai mij om. 

Die nette man met zwarte map onder zijn arm praat tegen mij. Zou dat Mark zijn? Nee toch?

Maar toch. Het blijkt Mark te zijn. Ik heb mij vergist. We stellen ons keurig aan elkaar voor.

Maar net voordat we elkaar de hand willen schudden realiseer ik mij ineens dat dat helemaal niet kan. En ik trek snel mijn hand terug. 

“Corona,” roep ik! 

“Och ja,” zegt hij.

We lopen naar de plek waar hij als ecologisch hovenier een project aan het opzetten is. Een echte eco-tuin met duurzame materialen en  lokale bloemen en kruiden.

Hij wijst naar een strook brandnetels aan de zijkant van het pad. Het ziet er verwildert uit.

“Iedereen haalt maar brandnetels weg,” zegt hij vol vuur, “terwijl het juist deze planten zijn die heel veel vlinders aantrekken!”

Ik kan niet ontkennen dat ik bij deze planten ook altijd denk aan gemene prikkers. Die ik liefst gisteren al had weggehaald.

Dan laat hij mij het tuintje zien waar hij mee bezig is. Hij praat over gefaseerd maaien en bijzondere bloemen die tevoorschijn komen.

Al het groen wat opkomt laat hij staan

De Goudsbloem bijvoorbeeld. Die erg veel nectar heeft. Goed voor het aantrekken van bijen.

“De tuin in een grote cyclus,” vertelt hij. En zo wil hij dat ook in Den Haag zien. Dat de natuur circuleert en produceert. Lokale planten. Lokaal voedsel. En hout van Haagse bomen.

Een bijzonder lokaal bloemetje wat opkomt
maar waar ik de naam van vergeten ben

Het duizelt mij een beetje van alle termen en namen. Maar ik volg hem gedwee.

Er staat een grote blauwe constructie midden in zijn tuin. Dat blijkt een belangrijk monument te zijn.

Monument Tweede Wereldoorlog

De uitleg hierover staat op dit bord.

Uitleg van het monument

Dan laat hij trots de zelfgemaakte houten plantenbakken zien. 

Moestuintjes in zelfgemaakte
bakken

“Het hout van deze bak is heel duurzaam,” vertelt hij. Als je het in de beits zet gaat het wel vijf en twintig jaar mee. Dit is Douglas hout. Oersterk. Het komt uit Europa.”

Ik vraag hem of hij dat zelf heeft gemaakt.

“Ik heb het samen met een statushouder gemaakt,” zegt hij.

Ook vertelt hij dat mensen uit de buurt deze moestuintjes kunnen adopteren. 

“Doe er wat schelpen op, dan droogt de aarde niet uit,” vertelt hij mij nog als tip.

Maar het meest trots is hij wel op zijn eigen gemaakte composthoop.

Een manier van compost maken die hij heeft overgenomen uit Japan: de Bokashi methode.

Met de Bokashi methode kan je zelf vruchtbare
aarde en compost maken

“Je gebruikt al je voedselresten om potgrond en mest mee te maken,” zegt hij.

” Lokaler kan je het niet krijgen.”

Ik kijk naar de houten bak die hij opent. Hij woelt er liefdevol met zijn hand doorheen. Ik zie alleen maar aarde. Maar dan vertelt hij over deze methode.

“Normaliter scheidt je je voedingsafval voor de composthoop. Maar bij deze methode hoeft dat niet. Je kan al het voedsel dat je nuttigt gebruiken. Dus ook gekookt voedsel. Maar alleen geen vlees, want dat verteert niet. De emmer waar je het afval in doet kan je in je keuken zetten want het ruikt niet. Dat is mooi toch?”

We gaan naar binnen. 

Het laat mij enkele bedrijfjes zien die hier zitten. Leuk gekleurde ruimtes. Allemaal gericht op een beter, gezonder, groener en socialer milieu. 

Gezellige creatieve werkruimtes

“En,” zegt hij, “elke woensdag verkoop ik lokale producten van de boeren uit de omgeving. Hier op de parkeerplaats van SoZa.”

Niet de meest gezellige plek voor een markt denk ik.

“Nou,” zegt hij, de parkeerplaats is uit nood geboren vanwege de corona crisis. Normaliter zouden we in SoZa staan maar dat kan nu niet. Buiten staan is minder fraai qua uitstraling maar gezondheid gaat voorop.”

En hier sluit Mark mee af

5 Replies to “Groen Den Haag met Mark”

  1. Hier in Moerwijk beheren we met bewoners een buurttuin. Bij de start daarvan kregen we hulp van een biologisch hovenier. Eerst moesten we kijken wat er spontaan op kwam. Nou, na een jaar groeide er alleen nog maar brandnetels en het was ‘a hell of a job’ om die er allemaal uit te krijgen. En er kwamen slakken. Emmers vol!. Die werden aangepakt met een soort tamme loopeenden. Die aten de slakken op. Maar de eenden werden een kopje kleiner gemaakt en de bewoners bleven weg. Nee, dat was geen succes.
    Overigens bestaat de tuin nog steeds en worden er 1x per maand pizza avonden voor de buurt georganiseerd. Het is een mooie ontmoetingsplaats geworden.

    1. Ha ha, wat een verhaal zeg! En dat jullie dan eindigen met een wekelijkse pizza! Het is wat. Waarom werden die eenden een kopje kleiner gemaakt?

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.