Kamerbewoners

De tuindeuren staan open want het is een warme dag. Gisteren waren er tropische temperaturen, maar dat is nu gelukkig voorbij.

Ik zit op de bank. En werk. Op de benedenverdieping. Boven mij wonen anderen. En naast mij ook. Mijn tuin is omsloten door huizen. We zitten dicht op elkaar. 

Raam buurman van de eerste etage

De buurman van de eerste etage links is aan het praten. Ik hoor hem.

“Duurt lang hé,” zegt hij tegen een vrouw.

De man zit in het venster en heeft een oranje shirt aan. Hij rookt. En ziet mij.

“Hoe gaat het,” vraagt hij mij?

“Goed hoor,” zeg ik.

En met jou?”

“Ken beter. Ik ken niet meer zo goed lopen.”

Ik knik. Dat ik heb ik inderdaad gezien. Hij sloft krom door de buurt als een oude man.

“Ik heb prostaat kanker gehad.”

O god, denk ik.

Wat naar.

Stilte.

Hij gaat door.

“Dan maak je geen testosteron meer aan. Je spierkracht verdwijnt.”

“Oh dat wist ik niet,” zeg ik onwetend.

“Maar ik heb een rollator aangevraagd! Ja, dat duurt nog wel effe.” 

Hij lacht.

”Maar dan ken ik tenminste weer bewegen.”

Hij lurkt aan zijn sigaret. 

Ik vraag mij af of dat wel verstandig is na zo ziek te zijn geweest. Ondertussen voel ik een hoest opkomen. De rook irriteert mijn luchtkanaal. Maar wat kan ik doen? Die man heeft al het recht om in zijn raam op de eerste verdieping te roken. Ik als beneden-bewoonster heb geen enkel recht daar iets over te zeggen. Het is ook zijn binnenplaats. 

Hij loopt even naar binnen maar komt al snel weer terug. Met een bril op. Hij praat met de vrouw. 

Zijn vrouw?

Zij woont hier nog maar net. Maar het merkwaardige is dat daar ook een nieuwe man is komen wonen. Een lachende zwarte krullenbol. Het is mij volstrekt onduidelijk hoe de situatie daar nu is. 

Wie is met wie?

Ze wonen op twee kleine kamers. Waarschijnlijk zijn het mensen met een bepaald verleden. Want mensen die daar wonen kunnen nergens anders meer terecht op de woningmarkt. De gulle eigenaar van deze etage heeft zijn woning voor deze mensen ter beschikking gesteld. Zelf is hij er nooit, maar het is fijn dat hij plek vrij maakt voor rochelende oude mannen en hard sprekende bellers. 

Het eerste wat in mijn opkomt is dat zij een alcohol verleden hebben. Maar dat is puur gissen.

De vrouw heeft haar telefoon op de speaker staan. Ik hoor een ratelende stem. Er komt geen eind aan. De vrouw wil niet meer verder telefoneren. Het duurt te lang.

De man verlaat galant het raamkozijn en neemt het gesprek van haar over. Hij spreekt een nummer in. Dat hoor ik. Maar verder kan ik het niet verstaan. Waar het gesprek over gaat. Hij bedankt de persoon aan de telefoon.

Dan wordt het stil. Het gesprek is beëindigd.

Boven hun etage is nog een woonlaag. Daar woont een jonge vrouw. Zij verhuurd af en toe haar woning via Airbnb. Aan jonge Duitsers.

Het is even stil. Ik hoor de wind door de bomen ruisen. De lucht trekt langzaam dicht. Er is onweer opkomst. En storm. 

Dan is er een andere stem. Is dat die nieuwe krullenbol-man? Hij heeft een accent. Hij praat door de telefoon. In een andere taal. Het lijkt alsof hij dezelfde persoon aan de lijn heeft.

Mijn tuin

Ik loop naar mijn achtertuin. En zet mijn koptelefoon op.

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.