Kraayenstein

Paadje wat het water volgt aan de buitenkant van de woonwijk Kraayenstein

Elke keer als ik een tram voorbij zag komen met bestemming Kraayenstein, verbaasde ik mij over de letter ‘y’. Het zag er zo raar ouderwets uit. Daar kwam nog bij dat ik geen flauw idee had waar die wijk lag. Den Haag was te groot om helemaal te leren kennen.

Per toeval was ik in Den Haag terecht gekomen. Een studie aan het conservatorium maakte dat ik hier destijds ben komen wonen.

In het begin vond ik het geen leuke stad. Heel wat anders dan het levendige Utrecht waar ik vandaan kwam en wat voor mij de stad van mijn hart was gebleven. Hierdoor weigerde ik ook straatnamen te onthouden met de gedachte dat ik hier toch weer weg zou gaan. 

Uiteindelijk kocht ik toch een woning. Maar nog steeds was ik er van overtuigd dat ik deze stad zou gaan verlaten. 

Inmiddels woon ik hier zeventien jaar. Waarom was ik nog niet weg gegaan? Ik wou hier toch niet blijven? Vond ik deze stad dan stiekem wel leuk?

Ik geloof niet dat ik mijzelf nu nog wijs kan maken dat ik hier ooit zal vertrekken.

En sinds ik hier elke dag aan het wandelen ben, een blog bijhoud en de stad steeds beter kennen, merk ik dat Den Haag eigenlijk een prachtplek is om te wonen. Je hebt er zoveel groen. Zoveel verschillende plekken. Zoveel strand. En zoveel rust. 

Terug naar Kraayenstein.

Ik liep op een drukke ongezellige weg, de Escamplaan. Mijn hemel, wat was deze weg toch lang. Dat typeert ook Den Haag vind ik. De enorm lange rechte lanen. Is er eigenlijk een grens aan de lengte van een laan? Den Haag schijnt de langste laan van Nederland te hebben, de Laan van Meerdervoort, achtenvijftighonderd meter. Maar als je het verlengde meetelt waar de straatnaam weliswaar twee keer verandert, is hij achteneenhalve kilometer lang.

Ik las dat een laan vroeger altijd bomen had en dat ze lang en breed waren. Omdat er nu veel meer bebouwing is dan vroeger en veel bomen weg zijn gehaald, is het begrip ‘laan’ eigenlijk niet meer van deze tijd.

Bij het benzinepomp station Texaco besloot ik van de weg af te gaan want daar begon de wijk Kraayenstein te heten. Ik werd onmiddellijk verrast. 

Brug naar Kraayenstein

Ik ging over een houten bruggetje en ik kwam in een prachtig stuk groen terecht met paadjes langs huizen met leuke tuinen. In de verte hoorde ik auto’s langsrazen maar er was ook een soort rust door het vele groen en de vele watertjes. 

Tuinen in Kraayenstein

Huizen aan de waterkant met smaakvol ingerichte tuintjes of vlonders. Ik kon langs een paadje die het water volgde de woonwijk aan de buitenkant volgen.

Wat later liep ik langs de achterkant van huizen naast een plantsoen. Wat mij hier opviel was dat het plantsoen en de omgeving er heel verzorgd uitzagen maar de achtertuintjes van de mensen rommelig en onverzorgd. Ik probeerde dit vast te leggen op een foto wat erg lastig was. Ik nam meerder foto’s. Zo had ik altijd kans dat er tenminste één foto de juiste informatie kon geven.

Rotzooi tuin

 Ineens hoorde ik een boos geroep:”Mevrouw!” Een deur ging open. Ik schrok. Ik wou wegrennen. Mijn hart ging tekeer. Die man wou vast niet dat iemand een foto maakte van zijn rommelige tuin. Ik bleef staan en riep terug: “Ja?” Ik bedacht mij dat het ergste wat mij kon gebeuren was dat ik de foto eraf zou moeten halen en dat was geen ramp want de foto was misschien toch mislukt. Maar wat als hij zo agressief zou zijn dat hij mijn telefoon op de grond zou gooien? Dan had ik een probleem. Mijn hart ging tekeer. Ik besloot hem op te wachten. Altijd beter om het meteen op te lossen. Maar het bleef stil. Ik liep voorzichtig wat pasjes naar voren. Sluipend. Zodat hij het niet zou horen. Maar het bleef stil. Toen zette ik de pas er in en liep snel weg. Gelukkig, hij kwam niet achter mij aan.

Ik naderde een stuk waar ik weer met rare contrasten te maken kreeg. Huizen aan het water met romantisch ingerichte flonders en op de achtergrond torenhoge flats.

Huizen met met smaakvol ingerichte flonders

Ik maakte weer een foto. Ik had de vrouw die mij naderde niet gehoord. “Zijn er al kleine eendjes,’vroeg zij?

Flats op de achtergrond

De vrouw dacht dat ik eendjes aan het fotograferen was maar ik was bezig tuinen van mensen vast te leggen. Ik wist dat ik dat niet moest zeggen want misschien was ik haar tuintje wel aan het fotograferen.

Ik bedacht een leugentje om eigen bestwil.

“Ik zag wat kleine eendjes zwemmen maar nu zie ik ze niet meer,” zei ik. En ik tuurde zogenaamd geïnteresseerd over het water. Ze keek met mij mee. “ Wat bijzonder,” zei zij. “De kleintjes zijn zo laat dit jaar. De kou heeft het proces vertraagd.” En alsof mijn schietgebedje werd verhoord zag ik tot mijn stomme verbazing aan de overkant ineens een eend met kleintjes zwemmen.”Kijk,” riep ik enthousiast tegen haar, “daar zijn ze.” Nog verbaasder dan haar keken wij samen naar deze eendenfamilie. “Ze zijn wel ver weg hè,” zei zij. “Lastig om te fotograferen.” “Ja,” beaamde ik. “Nou succes er mee,” zei zij en ze wandelde weer verder. Verbluft bleef ik aan de waterkant staan en staarde nog even naar deze eendjes. Te verbaasd om door te kunnen lopen.

Bomen in de bloei naast het water met kleine eendjes

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.