Marskramerpad van Rijnsaterwoude naar Noorden, dag 4

En daar is die dan eindelijk, HET wandelboekje! 

Wat een prachtig exemplaar.

En wat glimt die mooi.

Ik blader er doorheen.

Routes, kaarten, openbaar vervoer, foto’s, algemene informatie.

Er is van alles.

Heerlijk.

Echt zo’n boekje waar je je in kan verliezen.

Ik kijk bij het openbaar vervoer.

Bij Noorden.

Een dorpje in het Groene Hart.

Waar ik naar toe wil.

Er rijden bussen, staat er.

Veel meer wordt er niet over gezegd.

Voor de details moet ik OV-9292 raadplegen.

Hm.

Goed.

Dat doe ik dan maar.

Ik ga naar de app.

En open OV-9292.

Voor een bus op zondag.

Ik kijk.

Ja.

Bingo.

Er rijdt een bus.

Ik scroll door de tijden heen.

Maar dan verdwijnt ineens alle informatie.

Dat is vreemd.

Ik start de app opnieuw op.

Soms wil dat helpen.

App’s zijn ook maar app’s.

Maar het veld blijft leeg.

Geen informatie.

Hm.

Heb ik het wel goed gespeld?

Ik kijk nog eens goed. 

N-o-o-r-d-e-n.

Ja hoor, dat klopt.

Rijden er dan misschien geen bussen op zondag?

Zou dat het zijn?

Het is natuurlijk maar een klein dorpje. 

En in Corona tijd…

Ik probeer een bus op zaterdag.

Ha, nu gebeurt er wel wat.

Ik wacht.

En kijk.

Ja.

Er rijden bussen.

Op zaterdag.

Ik kan vertrekken.

Ik doe mijn jas aan en vertrek met de trein naar Rijnsaterwoude. 

Eigenlijk is het vandaag niet de ideale dag om te wandelen.

Want het is best koud.

En nat.

En winderig.

Maar ja, ik heb zin om te wandelen en ik heb ook een boekje!

Aangekomen in Noorden ga ik meteen op pad.

Met mijn boekje.

Tussen de weilanden.

En naast het water.

Ophaalbrug voor twee adressen

Al lezend met het boekje in mijn hand ga ik verder.

Stap voor stap. 

Om niks te missen.

Soms moet ik even stilstaan.

Om goed te kunnen kijken.

Want ik lees het boekje achterstevoren.

Van West naar Oost.

Niet heel handig, maar ja.

Door al dat getuur zie ik wat minder van mijn omgeving. Dat is toch wel jammer.

En ik moet de bladzijden stevig vasthouden.

Want de wind is hard.

Mijn vingers worden koud.

Ik wil mijn handen in mijn zakken steken. Maar dat gaat niet. Want ik heb het boekje vast.

Dan besluit ik het boekje in mijn rugzak te doen.

Want de storm begint aan te zwellen.

Ik kan mij nauwelijks meer staande houden op de open dijkjes waar ik loop. 

Donkere foto van de omgeving

Met wat beter weer had ik waarschijnlijk genoten van al die dorpjes en paden. 

Maar nu heb ik koude oren en haren die alle kanten opgaan, waardoor het zicht mij ook wordt ontnomen.

Dan passeer ik een stalletje met groenten. Dat leidt even af. Ik koop wat verse boerenkool.

En daarna ga ik naar een coffee te go bij ‘de Sfeerstal’.

Dit is een boerderij met een winkeltje waar je dingen kan kopen via het open raam.

Ze verkopen koffie, thee, zelfgemaakte taarten, jams, scones en andere heerlijkheden. Ik besluit een koffie en een stukje taart te kopen. Ik ben niet zo van het zoet, maar ach, voor een keer lijkt het mij wel lekker.

Ik betaal via een schep

En, dit blijkt geen verkeerde keuze. Het taartje smelt op mijn tong.

Dan ga ik weer verder.

Door weilanden waar ik over houten hekken moet klimmen. Weggetjes. En langs veel water.

Maar dan.

Ineens, een gitzwarte lucht.

O jee.

Dat belooft niet veel goeds.

Ik kijk of ik ergens kan schuilen.

Gelukkig ben ik net in een dorpje aangekomen. Waar een bushalte is. Overdekt.

Ik ren naar de bushalte. Bliksemflitsen. Snel. Gierende wind. Snel het bushokje in.

En dan is het niet meer te houden. De lucht breekt open met een enorm geweld.

De hagel klettert met liters naar beneden. .

Maar ik zit gelukkig veilig onder een afdakje.

En kijk.

Is het niet een beter idee om hier een bus te pakken?

Ik kijk naar de haltes. Allemaal volstrekt onbekende dorpjes.  Zouden daar wel aansluitende bussen rijden?

Ik wacht.

Na tien minuten begint de regen wat minder te worden.

En wonder boven wonder wordt het zelfs helemaal droog.

Ik kies er voor om toch maar verder te lopen.

Maar ja. Makkelijk is anders.

De wind huilt en giert om mij heen.

En rukt mijn haren alle kanten op.

Ik sla de sjaal strakker over mijn oren en haren.

Het is nu stevig doorstappen. Gelukkig heb ik de wind mee.

Na een uurtje kom ik in Noorden aan. Het dorpje van mijn eindbestemming.

Opgelucht haal ik adem.

Eindelijk.

Ik loop naar het centrum om daar de bus te zoeken.

Maar ik ben best wel moe. En heb niet veel puf om uitgebreid te zoeken.

Daarom vraag ik het in de supermarkt.

“Is er hier een bus die richting Den Haag rijdt?” vraag ik aan een medewerkster.

Ze kijkt mij even aan.

“In het weekend rijden hier geen bussen,” zegt ze.

“Wat zeg je?” zeg ik verbaasd.

“Er rijden geen bussen vandaag.”

“Oh jee, maar hoe moet ik dan naar huis?”

Ze kijkt naar de toonbank. En denkt na.

“In het volgende dorp Nieuwkoop gaan geloof ik wel bussen,” zegt ze.

“Maar dat weet ik niet helemaal zeker.”

“In Nieuwkoop?”, zeg ik. “Hoever is dat wel niet lopen?”

Ze haalt haar schouders op. 

“Dat weet ik niet. Het is vier kilometer geloof ik.”

“Vier kilometer??? Moet ik nou nog meer lopen?”

Ik kijk op mijn app naar Nieuwkoop. En ja, daar rijdt inderdaad een bus vandaag.

Maar die vertrekt over vijftig minuten.

“Dat red ik nooit,” zeg ik tegen haar.

Dan stelt ze voor dat ik probeer te liften.

Eigenlijk vind ik dat geen goed idee. 

“Met Corona zit ik liever niet bij iemand in de auto,” zeg ik.

Maar ja, ik heb eigenlijk geen keus.

“Oké,” zeg ik, “ik waag het erop. Want lopen is geen optie.”

Ik ga naar buiten, doe mijn mondkapje op en steek mijn duim omhoog.

Bijna meteen stopt er iemand.

Dat is fijn.

Als ik in de auto zit vertelt de bestuurder mij dat hij deze auto, een oude Renault, aan het testen is. Want hij wil binnenkort naar Noorwegen. En hij weet niet of de auto goed genoeg is.

Oei, denk ik, als dat maar goed gaat.

De auto ligt laag op de weg. Het is een echt oudje. Maar gelukkig blijkt hij het goed te doen.

Hij brengt mij helemaal tot Alphen aan de Rijn.

En dan, als we bijna bij Alphen aan de Rijn zijn wordt het ineens git en git zwart.

Hagel, regen, windstoten komen met bakken uit de lucht. Nog veel erger dan daarvoor.

Als hij mij afzet en de pijnlijke hagels op mij neerkletteren ren ik vliegensvlug naar een overdekte winkel.

En wacht.

Tot deze heftige bui voorbij is.

Het is guur en onaangenaam.

Dan loop ik snel naar het station Het is vijftien minuten lopen.

Ik ben blij als ik aankom.

De trein naar Leiden moet ik hebben. En vanuit daar door naar Den Haag.

Warm en behagelijk. In de trein. 

Ik kijk naar de borden.

Voor de vertrektijden.

En wat zie ik?

De treinen naar Leiden rijden niet, door een stroomstoring. 

Dit is niet waar.

Dat kan niet.

Jee.

Wat nu weer?

Ik vraag het in de kiosk.

Er worden NS bussen ingezet. 

Zegt de medewerker.

Gelukkig.

Maar ik moet nog wel twintig minuten in de kou wachten.

Maar de bus komt wat eerder dan verwacht. Ik ga snel naar binnen voor een warm een aangenaam plekje.

One Reply to “Marskramerpad van Rijnsaterwoude naar Noorden, dag 4”

  1. O, o, o. Je moet nog een beetje leren plannen. Je zou het niet verwachten, maar in Nederland en zelfs in de Randstad zijn nog plekken waar nauwelijks OV is. Noorden is zo’n plek en ik waarschuw je vast: Wierdense Verlaat is ook zo’n plek. In Noorden heb ik me zelfs door mijn man op laten halen. De enige keer dat dat nodig was. Ook vanwege noodweer trouwens. En het was ook mijn eerste LAW.
    Dus plannen: weerbericht, en heen- en terugreis. Ik laat het nooit aan het toeval over. Maar jij bent anders denk ik.
    Wat heb ik genoten van je openhartige verhaal. Succes verder. Groet, Ellen.

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.