Kerketuinen

Hoe is het mogelijk! Ik heb na weken zoeken de naam gevonden van Het Park Zonder Naam.

Buurtpark ’t Kleine Hout

Een gerafeld bordje, slecht leesbaar, bij toeval ontdekt. Op weg naar een andere plek. 

Dat zul je altijd zien. Als je er niet naar opzoek bent vindt je het. Ik was eigenlijk op weg naar Kerketuinen. Een onaantrekkelijke industriebuurt.  

Nadat ik er al wat minuten wandelen op had zitten en dringend naar de wc moest keek ik of er een cafeetje in de buurt was. Maar in een industriewijk met uitzicht op Sligro en flats kon je niet verwachten iets dergelijks tegen te komen. Wel zag ik in mijn ooghoek een soort bouwkeet waar je een bakkie kon halen. Een koffiehuis dus. Ik ging daar naar binnen.

Koffiehuis ‘Het Hoekje’

Weer buiten op het terras besefte ik mij dat je op vakantie vaak dit soort tentjes op zoekt. Het liefst aan een snelweg met schreeuwende televisies en rommelig interieur. Want ja, dat is zo typisch buitenlands. 

In Nederland vermijden we dat soort gelegenheden. Te volks, te ongezellig, te kaal. 

Ik kan jullie vertellen dat het tegendeel waar is. Ik werd meteen aangesproken op het terras door aardige ‘volkse’ mensen en bij hun gesprek betrokken. Verder had de eigenaar echt zijn best gedaan het gezellig te maken want er prijkte een heuse nepbloem op mijn tafeltje. Terwijl het verkeer aan mijn rechterkant voorbij raasde, leek er een soort rust aanwezig te zijn. De eigenaar slofte af en toe op zijn dooie gemakje naar buiten. Mannen die al uren aan hun kopje koffie zaten. Een man met een getatoeëerd onderbeen die op zijn telefoon keek en ook geen aanstalten maakte snel weg te gaan. Ik weet zeker dat als ik hier geblinddoekt naar toe was gebracht en de mensen om mij heen frans hadden gepraat, ik gezworen zou hebben in zo’n  leuk frans cafeetje te zitten. Wat kan onze waarneming toch gekleurd zijn.

Een vrachtauto stopte bij de stoplichten. De man met het getatoeëerde onderbeen dronk een blikje cola. Ineens zat ik in Frankrijk.

‘Midi. Lunchtijd. Mannen met blauwe overals en zwarte vegen op hun gezicht komen binnen en bestellen een biertje. Het is warm. Ze zijn bezig met het asfalteren van een nieuwe weg. Een bord met Plat du jour à 7 euro lonkt. Maar eerst een aperitiefje. Daarna is het tijd voor de daghap. De heerlijkste geuren stijgen op uit de keuken. Zelfs in de meest eenvoudige, lawaaierigste, goedkoopste tenten weten de fransen het eten boven een bepaald niveau uit te tillen.’

Waarom is het volkse in het buitenland zo charmant, zo authentiek en waarom ervaren we het in Nederland als niet aantrekkelijk?

“Er komen hier veel arbeiders,”zei de eigenaar. “Ik  zit hier al 40 jaar. Heb deze keet hier zelf neergezet. En de prijs voor een thee is maar een euro.”

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.