Ons kent Ons

Ik zat niets vermoedend even uit te rusten van mijn wandeling bij mijn schrijfplek aan de boulevard in Kijkduin, toen ik twee krakende stemmen hoorde binnenkomen:

“Goedemorgen lieve kinderen’ hoorde ik deze stemmen zeggen.

“Goedemorgen Eva en Hein”, hoorde ik een groepje zestigers in koor terug zeggen. 

De oudjes zochten hun vaste tafeltje in de zaak en gingen zitten. 

Ondertussen was een andere vrouw met deftig kapsel een ronde aan het maken. Even later kwam ze ook naar mijn tafeltje toe. “Wil je een bonbonnetje,” vroeg ze?

Vrouw biedt bonbons aan

Dat wou ik wel. Ik nam een bonbon van haar schaaltje en legde die naast mijn theekopje. 

Ik ging door met schrijven. 

”Heb ik nou iedereen gehad,” riep ze door de zaak? 

Ze schuifelde terug naar haar plekje. Maar ik was toch wel benieuwd geworden naar wat er aan de hand was en vroeg haar waarom ik dit bonbonnetje had gekregen.

Ze kwam terug naar mijn tafeltje en keek mij aan. Ze vertelde mij dat ze jarig was geweest. Ik vroeg haar hoe oud ze dan was geworden. Stilte. Wij vrouwen hebben die vraag liever niet. Maar ik meende dat je dat na een bepaalde leeftijd geen probleem meer vindt. Fout.

Ondertussen hoorde ik een verhaal op de achtergrond over een man die op zijn vijfennegentigste in de badkamer was uitgegleden. “Hij is er goed uitgekomen,”zei de vrouw, “maar de honderd heeft hij niet gehaald.

”Wat denk je, “ antwoordde de vrouw? Het antwoord wat wij vrouwen altijd geven als wij hopen dat de ondervrager wat lager gaat zitten dan onze werkelijke leeftijd. Ik begreep meteen dat ik dit spelletje mee moest spelen. “Tachtig?”

“Nou, ver in de tachtig hoor,” antwoordde zij zachtjes. En ze keek me aan.

“Zevenentachtig?”

 “Nee, achtentachtig,” zei ze met een serieuze blik. Alsof dat ene jaar een wereld van verschil was. 

Ze vertelde mij dat ze vaak met de rollator hier naar toe kwam omdat ze bang was te vallen.

Ze woonde al vijfendertig jaar in de flat hierachter. Ze was van origine een Amsterdamse maar haar man moest voor zijn werk vaak verhuizen waardoor zij uiteindelijk in Den Haag terecht waren gekomen.

De vrouw schuifelde na deze woorden weer weg en ging aan haar tafeltje zitten. Met een boek. Er kwam een nieuw bejaard paar binnen. Zij liepen meteen richting de vrouw. Schijnbaar kenden zij elkaar. De man begon zonder inleiding, nog in zijn jas, tegen haar te praten over ontstekingen. Ik keek na vijftien minuten op mijn horloge. Er kwam geen einde aan.

Toen het eindelijk een wat positievere wending begon te krijgen en de vrouw van achtentachtig ook wat kon zeggen zei ze: “maar dat maak ik niet meer mee hoor.”

Na deze zin zei het klaagechtpaar snel “doei doei” en liep naar buiten. Ik keek ze verbluft na. Was dit wat je noemt ‘even buurten’? Even je verhaal lozen en dan weer lekker door wandelen? En een vrouw van achtentachtig met deze klaagzang achterlaten? 

Een zestigster liep ook naar buiten en zei tegen de vrouw:”Sterkte”.

O god, zou ze ziek zijn?

“Er is daar ook een bakker waar je koffie kan drinken,” zei een vrouw van achter de pilaar.“Op de hoek is een meisje half doodgereden,” zei haar man er meteen achteraan.

Ik besloot mijn soepje te betalen en te vertrekken.

En ineens hoorde ik gillende verjaardagsmuziek door de speakers. Een olijke serveerster kwam langs met taart en sterretjes. Schorre stemmetjes schalden door de ruimte: “Lang zulle zij leve…”

Vrouw kijkt naar de verjaardagssterretjes op haar taartje

 

4 Replies to “Ons kent Ons”

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.