Deftige vrouw in de bieb

Soms ga ik even in de bieb zitten om een tijdschrift te lezen. Of om wat te werken. 

Meestal is dit in een kleine bieb. Zo één waar je makkelijk binnenloopt. Die zonnig is. Waar je aan een tafel kan gaan zitten. Tussen de schappen. En de balie.

Waar ook een w.c is. En een koffieapparaat.

Ik doe mijn jas uit. Pak een tijdschrift. En ga zitten.

Een vrouw komt mijn kant op. Goed gekleed. Verzorgd. En gaat ook zitten. Met haar jas aan. En een plastic bekertje in haar hand.

“Jammer dat er geen koffie is. Het apparaat is buiten werking. Maar ik heb het net toch geprobeerd,” zegt ze lachend. 

Ik kijk haar aan.

“Er komt warm water uit het apparaat,” gaat ze verder. “Ik heb dat gemengd met melkpoeder en het chocolaatje wat ernaast lag. Dus nu heb ik chocolademelk. Smaakt prima!” 

“Slim,” zeg ik en ga lezen.

“Heb jij je eigen drinken bij je?” vraagt ze. 

“Ja,” zeg ik. En kijk weer op.

“Heb je nog wat over?” 

“Ja…” 

“Mag ik misschien wat van je hebben?”

Wat zegt ze nou? 

 “Ik heb alleen maar thee. Vindt je dat ook goed?” 

“Ah, jammer, ik had zin in koffie.”

“Oké.”

Stilte.

Vreemd.

Ik ga door met lezen. Maar ik kan mij niet concentreren. 

Dan maar niet lezen.

Maar wat dan?

Ik kan hier toch niet bij die vrouw blijven zitten?

Ik sta op. En leg het tijdschrift weg.

Tijd om te gaan.

Ik pak mijn jas. Zeg de vrouw gedag. En ga naar buiten. 

Maar de vrouw gaat ook naar buiten.

Als ik bij mij fiets sta om die van het slot te doen komt ze naar mij toe.

“Mag ik jou misschien wat vragen?” zegt ze.

“ja hoor,” zeg ik, terwijl ik mijn fiets uit het rek haal.

“Je bent iemand met een aardige uitstraling. En een fijne lach.”

Haar stem wordt zachter.

Stilte.

“Ik denk dat ik het jou wel kan vragen. Heb je misschien wat contant geld bij je?”

Stilte.

Wat? 

Ik kijk haar aan.

Wat zegt ze nou?

Geld?

Is ze misschien haar portemonnaie vergeten?

Ik denk aan de vijf euro in mijn portemonnaie.

Ik heb geen contant geld bij me,” zeg ik. Glashard.

Ik weet niet waarom ik dat zeg. Want ik heb wel contant geld bij me! Ben ik zo een krent?

“Jammer,” zegt ze. 

“Bijna niemand heeft tegenwoordig contant geld bij zich,” zeg ik om het nog erger voor mijzelf te maken.

“Ja wel hoor,” zegt ze.

“En ik geef mensen ook wel eens vijf of tien euro. Maar nu heb ik het zelf nodig. Dus ik dacht dat ik dat wel aan je kon vragen.”

“Waar heb je het voor nodig?”

Ze begint warrig te brabbelen.

Ik kijk naar haar lange jas, haar zwarte laarsjes, haar opgemaakte gezicht, haar lange haar.

Ze loopt naar haar fiets. En haalt die van het slot.

Zit ik in een verdekte tv opname? Ik kijk om mij heen.

Maar ik zie niemand. 

Ze fietst weg. Ik blijf alleen achter. Zou ze in geldnood zitten? Heeft ze te weinig inkomen? Of heeft ze schulden?

Na wat getwijfel loop ik toch even terug naar naar de balie in de bibliotheek. Misschien had ik haar toch geld moeten geven. Ik voel mij een beetje schuldig.  

Achter de balie zit een vrouw. Ik vertel haar wat er gebeurd is. Het voelt vreemd. Om zo over iemand te praten.

Maar de vrouw antwoordt:

“Ze bedelt al tien jaar. Overal in de stad. We proberen haar hier uit de bibliotheek te houden maar het is deze keer schijnbaar niet gelukt.”

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.

Ontdek meer van Wandel door de straten van Den Haag

Abonneer u nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder