‘Tegen’ zijn

Wie houdt er niet van een lekker
broodje Shoarma?

De verkiezingen zijn geweest. Het wordt er niet makkelijker op. De voors en tegens vliegen mij om de oren.

Het is moeilijk om in dit versnipperde klimaat tot een eenduidige keuze te komen, lijkt me. Wie zegt wat, wie zegt wat niet, wie weet wat, wie weet wat niet, wie denkt wat, wie denkt wat niet.  En dan nog, hoe is je eigen situatie, hoe is je eigen situatie niet, hoe sta je in het leven, hoe sta je niet in het leven.

Allemaal tegenstellingen waar we mee te maken krijgen. Het leven zit vol keuzes. En dat is moeilijk. Wij zijn niet van de keuzes. Maar toch ook weer wel. We willen de vrijheid hebben om te kunnen kiezen, maar een goede keuze maken is vaak ook weer ingewikkeld. Dus kiezen we liever niet. Dan brengen we de keuze terug tot een eenvoudig ja of nee.

Het is het makkelijkst om nee te zeggen. Je bent gewoon tegen. Tegen alles wat je maar wilt. En menigeen begrijpt het. Wij zijn namelijk altijd wel ergens tegen.

Je zou alle tegens bij elkaar kunnen gooien en zoveel mogelijk tegenstemmen kunnen verzamelen. Maar ja, als je ergens tegen bent, ben je ook ergens voor. En dan begint de zoektocht. Waar ben je eigenlijk voor?

Als ik aan jouw vraag: “heb je geld genoeg,” zal je waarschijnlijk antwoorden met een ‘nee’.

Zeker, niet iedereen heeft genoeg geld om dat te doen wat hij wil doen. En dan is het het makkelijkst om te zeggen: “Ik ben tegen.” Maar waar ben je dan precies tegen?

Wil je niet gewoon meer geld maar weet je niet hoe je dat moet bereiken? Voel je je machteloos? Stem je daarom tegen?

Als ik aan jou vraag: wat vindt je van de klimaatwetten? Geloof je in vervuiling, een beter milieu?

Dan kijk je naar je geliefde dieselauto, je lekkere lapje vlees en de overheerlijke warme douche en zeg je: “ik ben tegen.”

Maar ben je niet gewoon vóór een aangenaam leven?

Tegen immigranten? Waar ben je dan precies tegen? Waar heb je precies last van? Hoeveel immigranten ken je? Wat heb je ze fout zien doen in jou bijzijn? Ben je wel eens in een asielzoekerscentrum geweest? En vindt je Thais’s of Indisch eten lekker?

Of een broodje Shoarma?

Opeens hoor ik het woord blank vallen. Een woord waar een bepaalde werking vanuit gaat. ‘Nederland is niet blank genoeg meer voor sommigen’, lees ik. Het is te kleurrijk geworden.

Te rijk aan kleuren?

Maar wie zijn dan die blanken? Mensen met blond haar en blauwe ogen? Mensen met blond haar en bruine ogen? Brunettes? Mensen met bruine sproeten? Mensen met weinig haar? Mensen met veel haar? Mensen met krullen? Mensen zonder krullen? Grote mensen? Of juist kleine mensen? 

En hoe zit het met het bruin worden door de zon? Mag je niet meer gekleurd zijn? 

Er zit een man met een donker baardje voor me aan een tafel met een groene kiwi-shake.  Hij lacht naar zijn buurman. Hij heeft een bril en een Iphone in zijn hand. Jij hebt pech gehad, denk ik. Jij kleurt. 

Hoe zit het dan met onze afstammelingen?

Met de Spaanse bezetters in de 17de eeuw? Zijn daar geen kindjes van geboren?

En de Spanjaarden zelf? Zijn die niet eeuwen lang bezet geweest door Moorse (arabische) bevolkingsgroepen? Zijn wij niet deels Moors?

En wat te denken van de Fransen die in Nederland waren ten tijde van Napoleon?

Denk je dat die niet voor nakomelingen zorgden?

Sommigen maken de medemens uit voor apen. Maar zijn wij niet allemaal een afstammeling van een aap?

Gekleurde bananen (uit Zuid-Amerika)
Mogen we deze gekleurde bananen
uit Zuid-Amerika nog wel eten? Wij apen?

En de mobieltjes?

Het mobieltje ook maar wegdoen?

In het gekleurde Afrikaanse land Congo zit coltan in de grond: de onmisbare kostbare grondstof voor de mobiele telefoons van de blanke medemens.


Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.