Venen Oorden en Raden

Ik wil wat vertellen over een buurt die ‘Venen Oorden en Raden’ heet. Wat een prachtnaam voor een buurt. De buurt is onderdeel van de wijk ‘Bouwlust en Vrederust’. Ook al zo’n mond vol.

Als ik aan ‘Venen Oorden en Raden’ denk, denk ik aan een heuvelig landschap met veel hei. Dat is natuurlijk mijn eigen invulling daarvan en nergens op gebaseerd.

Maar ik heb zo mijn associaties.

In werkelijkheid hebben ze deze naam gebaseerd op de straatnamen van deze buurt: Hoogveen, Rietveen, Plantenoord, Sterrenoord, Hertenrade, Wezelrade.

Vanwege de kritiek op een wijk die naast deze wijk ligt die te monotoon werd bevonden, zocht de gemeente bij de bouw van deze wijk naar verschillende architecten, zodat het hier wat gevarieerder zou worden.

En inderdaad, ik loop nu op de Dedemsvaartweg (Dedemsvaart is een plaats in Overijssel), een weg waar ik normaliter niet echt vrolijk van zou worden en zie zowaar aan de rechterkant spannende ingangen en huizen opdoemen. Ze bevinden zich in zijstraatjes. Het is mij alleen niet duidelijk of ik daar wel in mag.

Na wat geaarzel loop ik toch maar een straatje in. En wat zie ik?

Houten huis in een halve cirkel met
heel veel ramen onder elkaar

Stom verbaasd kijk ik naar een uniek architectonisch hoogstandje.

Wat een vormen, wat een bouwsel. Hoe kan dit? Terwijl de Dedemsvaartweg zo smakeloos is.

Smakeloze gebouwen aan de
Dedemsvaartweg

En dit huis staat niet op zichzelf. Er zijn meerdere bijzondere huizen. En straatjes. Ieder huis heeft zijn eigen kleur, smaak en materiaal. Met veel ruimte, tuin en uitzicht.

Dat dit geen huisjes van twee ton zijn is zeker. Ik blijf even staan om wat foto’s te maken.

Roestige toren met blauw huis

Wat later zie ik een grasperkje tussen de huizen doorlopen tot aan de waterkant. Naar een lange sloot omsloten door groen. Dat is waar de achtertuinen van deze mooie huizen aan liggen. Het lijkt mij een uitdaging hier eens te kanoën om de huizen van een andere kant te kunnen bekijken. 

Terug naar de Dedemsvaartweg.

Op het kruispunt ga ik naar rechts, naar de Hengelolaan. Maar eerst wip ik een kleine Turkse snackbar in waar ik naar de wc kan gaan en een thee kan opslokken.

“Wilt u Turkse thee of gewone zwarte thee,” vraagt de man achter de toonbank? Ik denk aan Turkse muntthee met veel suiker. Eens in de zoveel tijd vind ik dat lekker.“Turkse thee graag,” antwoord ik hem. En ga naar buiten want het is lekker weer.

“Hier is uw thee,” zegt de de man van de toonbank trots en zet een wiebelig glas op mijn ronde plastic tafeltje. “Dank u wel,” antwoord ik hem. 

Hij slentert weg en ik neem nieuwsgierig een slokje thee. Ik verwacht een enigszins overweldigende zoete smaak van al dat suiker, maar nee! Het smaakt naar een gewone kop thee. Ik proef geen verschil. De man komt terug. Alsof hij het voelt.

“Wilt u meer suikerklontjes,” vraagt hij?

Twee suikerklontjes op het schoteltje staren mij dwingend aan: “neem ons, proef ons, dan heb je echte Turkse koffie,” lijken zij te zeggen. Ik begrijp uit de man zijn woorden dat de suiker er niet in zit maar dat ik dat zelf moet toevoegen. Niets mis mee. Maar gewone thee blijft gewone thee. Ook met suikerklontjes wordt het niet de Turkse muntthee.

Ik drink mijn thee, betaal en vertrek richting het winkelcentrum De Stede. 

Daar komt een groep mannen mij tegenmoet.

Ik word aangesproken door een wat forse man.

“Hallo mevrouw, mag ik u wat vragen? Kunt u mijn dakloze broeder helpen?”

Ik kijk hem aan. Broeder? Wat een ouderwets woord. Ineens staan er vijf mannen om mij heen. Ik voel mij geïntimideerd.

“Heeft u vijftig cent voor hem? Voor een slaapplaats?”

De forse man kijkt mij aan. De dakloze staat er wat sullig bij. Ik zeg hem dat ik dat niet heb en loop door. Ik zie het winkelcentrum naderen en kijk nog een keer achterom.

Tot mij schrik komen de mannen in sneltreinvaart naar mij toegelopen. Ik ga sneller lopen. Ik klem mijn telefoon waar ik foto’s mee maak steviger in mijn hand. Gelukkig bereik ik vrijwel meteen het winkelcentrum vol met mensen. Ik kijk nog een keer achterom. Dan stuiven ze uit elkaar.

De dakloze loopt nu naar een ander groepje mensen. En vraagt hen om geld.

De dakloze loopt weg

Opgelucht haal ik adem. Hij is weg.

Op het plein staat een prachtig beeld met allemaal paarden. Je verwacht het niet in deze toch wat armere buurt.

‘Groep van zeven paarden’
gemaakt door Kees de Kruiff
(1975)

Ook zie ik een Turkse lunchroom. Ik heb trek dus daar wil ik wel even naar binnen.

Het is een drukte van belang. Jong, oud, modern, stelletjes, vriendinnen en ikzelf. Het is schijnbaar een populaire plek om je lunch te nuttigen. Dat vind ik nou zo bijzonder van het wandelen. Dat je op plekken komt waar je het bestaan niet van had kunnen dromen.

Er komt vrolijke muziek uit de speakers. Mensen lachen, praten, overleggen, eten. De heerlijkste lunchgerechten zoeven voorbij. Ik zoek snel naar een tafeltje. Mijn maag rammelt. Maar er is helaas geen vrij tafeltje meer. Dat is jammer.

Dan maar een andere keer terugkomen.

De buurt rondom het plein ziet er wat vervallen uit. Wat een verschil met die architectonische hoogstandjes van de Dedemsvaartweg.

Ik loop naar het deel achter het winkelcentrum. Daar lijken de flats wat netter te worden.

Het blijft mij opvallen, dat verschil in Den Haag: verzorgd-onverzorgd, oud-nieuw, rijk- arm, kaal-groen. Zou dat expres gedaan zijn? Om de integratie te bevorderen? 

Ik loop de buurt uit en maak nog een foto van een straatnaambordje op een muur.

Een gordijn wordt opengetrokken en een bozig gezicht kijkt mij aan. Ik wijs naar het naambordje. Ze knikt en doet de gordijnen weer dicht. Sommige mensen vinden het schijnbaar vervelend dat ik foto’s maak. 

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.