Zomaar wat straatgesprekjes

Opgeviste gasfles uit de Valkenboskade.

Westerbaenstraat

“Er zit bloed aan m’n billen,” schreeuwt een kind. 

Ik fiets langs. En schrik.

“Hoe kan dat nou,” zegt zijn moeder met lang blond haar?

Haar gezette man met krulletjes lacht en zegt: “je bent zeker gevallen?”

Ik kan nog net zien dat dat hij zijn zoon een hand geeft. Dan zijn ze de hoek om.

Moet ik ze achterna fietsen? 

Vragen aan het kind wat er aan de hand is? 

De politie waarschuwen?

Of ben ik ben verpest. Is er niks aan de hand?

Na het zien van de documentaire over Michael Jackson denk ik in ieder kind een potentieel slachtoffer te zien.

Anton de Haenstraat

Ik parkeer mijn auto op een wat krappe plek in de Anton de Haenstraat. Zachtjes raak ik de bumper van een achterliggende auto. Het is donker.

Een vadsige man op slippers komt naar buiten en is boos.

“Hé, je heb al drie keer tegen mèn auto aangereden. Straks is mèn versnellingsbak naar de klote,”zegt hij.

Hij controleert zijn auto.

“Sorry, ik heb niet gezien dat ik je auto drie keer geraakt heb.”

“Ja, hij stond in de versnelling. Wil niet dat…”

Hij tuurt naar zijn kapotte nummerplaat. Er zitten allemaal deuken in. Ik schrik. Maar die zaten er waarschijnlijk al in want hij lijkt niet onder de indruk. 

Dan kijkt hij of er andere deuken zijn. Aan de zijkant. Dat is vreemd. Want daar heb ik toch niet gereden?

Ik hou mijn adem in. En wacht. Op zijn oordeel. Maar gelukkig. Hij kan niks vinden. Mopperend over mijn rijgedrag loopt hij weer weg. Op zijn badslippers met sokken.

Opgeviste kogel uit het water van
de Valkenboskade.

Valkenboskade

Ik hang aan het hek van de brug. En doe wat oefeningen.

Een auto van de schoonmaakdienst stopt. Een donkere man met oranje pak stapt uit. En gaat ook aan het hek hangen. En doet dezelfde oefeningen als ik.

Mijn telefoon ligt op de grond. Even ben ik bang dat het een afleidingsmanoeuvre zal zijn. Dat hij zo meteen de telefoon van mij weggrist.

“Sporten is heel goed,” zegt hij dan. “Ik doe het elke dag. Daar blijf je jong van. Als ik je zeg dat ik acht en vijftig ben geloof je mij niet.”

Ik kijk hem verbaasd aan. Ik had hem inderdaad in de veertig geschat.

“Elke dag doe ik wat. Straks ga ik ook weer sporten.”

Hij drukt zichzelf nog een paar keer op. Stapt in de auto en rijdt weg. 

Affiche op raam Valkenboskade:
Help! Ons bankje is gestolen!

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.